Column "Darmproblemen". Het allereerste hoofdstuk.

door Lola

Op een dag werd Lola terug wakker. Geschrokken door een droom, of misschien was het helemaal geen droom. Misschien was het wel de harde naakte realiteit die haar uitlachte. Een vlaag van schaamte overviel haar als een plotse regenbui of een aangroeiende hittegolf. Het eerste waar ze aan dacht was haar te hoge bloeddruk.

Ik laat mij in de zetel ploffen en ervaar hartkloppingen. Geen hartkloppingen van goede aard, nee het zijn er geen van de liefde of van het enthousiasme dat Lola krijgt als ze nog eens op een schommel mag gaan zitten. Het zijn er kwaadaardige. Iets of iemand wenst dat Lola zou vergaan. Dat zij zou versmelten met de lucht, de aarde, het vuur en het water.
Als ik naar de wereld kijk, dan ontstaan er darmproblemen. Dat eigenaardige buikgevoel waar geen pijnstiller tegen op kan. Ik wil dat de wereld een stressbal is. Dan zou ik die in mijn mooie hand kunnen houden en kunnen pletten. En dan nog gefrustreerder geraken en nog meer zenuwen krijgen doordat het balletje niet stuk gaat. Erop stampen, zitten, bijten, springen, tuffen, overgeven,... Er zou vrede en rust heersen in mijn buik. Die darmproblemen zouden zo de deur uit zijn. Maar helaas bestaat dat niet. Er bestaat geen wereld. Er is niets. Niets om u aan vast te grijpen en kapot te maken waar ooit voldoening van komt.

Schommelen is iets kinderlijks. Uw lichaam door de lucht laten zwieren terwijl u zit. De wind langs uw oren horen suizen en hoger willen gaan. Het liefst van al zou ik terug zo klein willen zijn als Lola. Ik wil Lola zijn en mij geen zorgen maken over van de schommel te vallen of misselijk te worden. Kleine botten en kleine ogen. Zodat u niet te ver en te veel moet zien. Lola ziet niet veel, maar wel de mooie dingen. Terwijl ik alles zie. Ik zie alles waar de schaamte en de tranen van afdruipt. Het is onvermijdelijk dat ik iedere klap van het leven zal moeten aanvaarden. Ik zal blauwe ogen krijgen en gebroken neuzen. Gescheurde lippen en gekneusde schenen. Schaafwonden en infecties. Maar gelukkig zal Lola er altijd zijn om mij iets anders te geven dan wat de maatschappij te bieden heeft. Af en toe zal ze mij laten schommelen in de wolken. Soms zal zij mij vrij laten in de natuur en dan zal ik mogen genieten van plotselinge regenbuien en aangroeiende hittegolven. Ik ga mogen proeven van de zoete waterbronnen en van de bittere toch verse grassprietjes. Lola zal mij aansporen om mijn wimpers te laten fladderen als fragiele vlindertjes. Daarna zal zij mijn buik openritsen, mijn darmen eruit trekken en de vlindertjes er zachtjes in los laten. Lola zal mij alles terug opnieuw laten zien. Ik zal dan dingen aanschouwen die puur en onbezoedeld zijn. Maar naarmate de tijd vordert zal ik, zelfs haar, littekens toekennen. Ongeneeslijk aangetast weefsel dat zich in de diepere gronden van de mens vestigt. Ik zal mij voordoen als een teek en zo al het leven uit het kind in mij weten te slagen. Want ik weet dat er aan al datgene, dat relatief als goed beschouwt wordt, een einde komt. Het slechte zal altijd iets langer duren, veel langer.

Er zal een dag komen dat Lola zal zeggen: “Ik laat u los.” Het zal heel onverwachts uit de lucht komen vallen. Ik zal overrompeld zijn. Wie gaat er mij dan helpen? Wie zal mij vrij laten zijn? Ik heb leiding nodig. Ik ben heel graag alleen maar het probleem is dat ik het niet goed kan. Waar zal mijn lichtpuntje zijn? Zo kan ik uren doorgaan met mezelf af te vragen waar eigenlijk mijn plezier en enthousiasme ligt. Want als het aan mij lag, alleen aan mij, dan zou ik een donkergrijs hart hebben. Zelfs de natuur zou een stapje opzij zetten als ik voorbij zou wandelen. Als Lola er niet is dan ben ik verloren. Ik zou het bos én de bomen niet meer zien. Ik ga nooit kunnen dartelen als Lola mij los laat.

Leg mij neer.
Leg mij neer op een bed van rozenblaadjes en kaneel.
Zo worden de rozen mijn huid en de kaneel mijn geur.
Laat mij zien.
Laat mij de lichte schoonheid zien van een kleine kus en een zomeronweer.
Zo wordt een kus mijn lippen en het zomeronweer mijn haar.
Geef mij gevoel.
Geef mij het tintelende gevoel van de droom en de glimlach.
Zo worden mijn handen de droom en de glimlach mijn ogen.
Leidt mij naar het woud waar ik de bomen kan voelen.
Het woud waar geen diepte en duisternis is.
Daar waar planten strelen en de grond omhelst.
Breng mij ergens of nergens waar het geen hier is.

Terug naar de lijst
» REACTIES VAN MEDELEDEN
klootzak Mael schreef op maandag 19 april 2010 om 13u20 Email-orange
Vreemd onderwerp, maar ik ben dan niet zo voor dat abstrakte. Ik krijg zin om je immodium aan te raden, als ik het zo lees.

Je schrijfstijl is ook erg stijfjes. 'Uw', 'u', Je en jou staan prima in een geschreven tekst.

Desalniettemin kijk ik uit naar hoe het uw darmen verder vergaat in het tweede deel.
boerin Lola schreef op maandag 19 april 2010 om 16u56 Email-orange
Ik gebruik liever 'Uw' en 'U' omdat ik me dan meer mezelf voel. Als ik je en jou zou gebruiken dan lieg ik smile
Beëlzebub Balthazar schreef op dinsdag 13 juli 2010 om 2u17 Email-orange
wanneer komt het volgende hoofdstuk?
boerin Lola schreef op zondag 18 juli 2010 om 12u57 Email-orange
wanneer komt het volgende hoofdstuk?


als de tijd rijp is
boerin Lola schreef op zondag 18 juli 2010 om 12u57 Email-orange
wanneer komt het volgende hoofdstuk?


als de tijd rijp is
meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen